Foto Hans Ulrich, groene gloed

Biografie

Inhoudsopgave
* Als radiofragment
* Als gedrukt interview
* Beknopt
* Uitgebreid
* Ikjes
* De vader die terugkwam


Als radiofragment

(dubbelklikken op de play-knop)

Bron: RTV Oost
Over: De Geschiedenis van Nederland - interview met Hans Ulrich
Datum: 7 maart 2005
Duur: 00"05'12

Dit fragment gaat over Hans’ biografie. (Het citaat voor de tune is weggeknipt, dat staat in het fragment op de homepage.)



top



Als gedrukt interview

Bron: Kleio
Over: Hans in het algemeen
Datum: november 2007
Bestand: JPG; 1,5 MB (4 pagina’s)
» lees artikel
(Opent in nieuw scherm. Inzoomen? Als u met uw muis over het plaatje schuift, verschijnt er vanzelf een inzoom-icoontje.)

top



Beknopt

  • 1939: geboren in Hengelo
  • 1952-1959: gymnasium
  • 1959-1967: studies Nederlands en Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht
  • 1962: getrouwd, er volgden vier zonen
  • 1962-1967 redacteur Utrechtsch Nieuwsblad
  • 1967: leraar geschiedenis en Nederlands aan het gymnasium te Middelburg
  • 1970-2000: leraar geschiedenis aan het Stedelijk Gymnasium te Leiden
  • 1975-2000: auteur en redacteur van de geschiedenismethodes Geschiedenis van gisteren, Staat en macht, Kijk op de tijd, Andere Tijden, Memo, Bij de tijd.
  • 1982-1999: hoofdredacteur Reflector
  • 1999-2002: medewerker NRC Handelsblad
  • 2000-heden: auteur en mede-auteur van De twintigste eeuw in een notendop, De kracht van je leven, Met pensioen. Wat te doen?, Paolo, Leonardo da Vinci’s leerling, De geschiedenis van Nederland (Notendop junior), De nieuwe wereld van William Tinker.
  • 2007: gescheiden
top



Uitgebreid

Ik ben geboren in 1939 in Hengelo en heb een bijzondere jeugd gehad. Mijn vader was een Oostenrijker, mijn moeder kwam uit Twente. In 1938 waren Duitsland en Oostenrijk één land geworden en mijn vader was dus vanaf 1938 geen Oostenrijker meer, maar een Duitser. Hij kon toen wel de Nederlandse nationaliteit aanvragen, maar ach, net zoals verreweg de meeste Nederlanders dacht hij dat Duitsland nooit ons land zou aanvallen. Dat was immers ook niet gebeurd in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Maar het liep anders. De Duitse legers vielen in 1940 wel Nederland binnen en veroverden het in vijf dagen. Mijn vader moest van de Duitsers niets hebben en hij ging dan ook in het verzet. Dat was al gevaarlijk, maar helemaal gevaarlijk werd het toen hij in 1942 opgeroepen werd voor het Duitse leger. Met de Duitsers meevechten? Dat nooit! Hij vertrok onmiddellijk op de fiets en kwam terecht in Aalten, in Gelderland, waar hij een groot deel van de oorlog ondergedoken is geweest. Zijn leven stond toen op het spel, want als de Duitsers hem te pakken hadden gekregen, dan was hij doodgeschoten als deserteur.

Mijn moeder moest zich dus drie jaar lang op haar eentje redden en dat heeft ze fantastisch gedaan. Wij woonden in de Jacobastraat, een heel eenvoudige straat. Ik was het enige jongetje in de hele straat zonder vader. Maar op de één of andere manier vond ik dat niet erg, ik speelde de hele dag op straat met mijn vriendjes en bovendien ging mijn moeder met mij achterop de fiets soms naar Aalten. Daar, op een boerderij, was een heel aardige man, die ik Ome Jan noemde. Hij zette me op het paard, hij liet mij eieren zoeken en ik mocht helpen met het melken van de koeien… In het begin van 1945, het laatste jaar van die vreselijke Tweede Wereldoorlog, waren mijn vader en moeder weer samen. We woonden toen met tientallen mensen op een boerderij in het Twentse Goor. Daar heb ik gezien hoe een varken werd geslacht, opengesneden en daarna aan een ladder werd opgehangen. ’s Nachts moesten wij vaak schuilen in de kelder, omdat er gevochten werd tussen de Duitsers en de Canadezen. Daar op die boerderij heeft Ome Jan me verteld dat hij mijn vader was. Ik was zo blij dat ik een vader had, dat ik in tranen uitbarstte.

Op 9 april, zijn verjaardag, is mijn vader in het bevrijde Hengelo teruggekeerd. Iedereen in de straat keek daarvan op, want niemand wist waar hij was of dat hij nog in leven was. Mijn moeder had haar grote geheim nooit verteld. Tegen de Duitsers die haar regelmatig ondervroegen, zei ze altijd dat mijn vader haar gewoon in de steek had gelaten. Enkele keren zijn Duitse politieagenten ons huis binnen gevallen om te kijken of mijn vader zich daar verscholen had. Mijn vader kreeg na de oorlog meteen de Nederlandse nationaliteit wegens zijn dappere gedrag.

Daarna had ik een heerlijke jeugd. In 1946 werd mijn zusje geboren en we trokken later vaak samen op. En natuurlijk speelde ik veel op straat, dat kon toen nog, want in de hele Jacobastraat had niemand een auto. Wat we in die tijd ook vaak deden was paddenstoelen zoeken. Voor Oostenrijkers is paddenstoelen zoeken net zoiets als bramen zoeken voor ons. Vooral als mijn grootouders uit Wenen over waren gekomen, gingen wij de bossen van Twickel in. Nog steeds zoek ik elk jaar eetbare paddenstoelen zoals eekhoorntjesbrood en kastanjeboleten.

Ik kon goed leren op de basisschool en mocht daarna naar het gymnasium. Dat was me wat: iemand uit een arbeidersbuurt naar het deftige gymnasium! Maar ik heb daar best wel een fijne tijd gehad.

Daarna ben ik geschiedenis en Nederlands gaan studeren aan de Universiteit van Utrecht en ben gaan werken bij het Utrechtsch Nieuwsblad. Daar heb ik geleerd hoe je berichten moet schrijven - op de typemachine natuurlijk, want van een computer had niemand ooit gehoord. In 1962 ben ik getrouwd en heb vier zonen gekregen.

In 1967 kon ik een baan krijgen als leraar geschiedenis en Nederlands aan het gymnasium in Middelburg. In 1970 zijn we naar Leiden vertrokken waar ik 30 jaar geschiedenis heb gegeven aan het Stedelijk Gymnasium. Lesgeven vond en vind ik het leukste wat er is. In die dertig jaar heb ik meegewerkt aan tal van schoolboeken geschiedenis waarvan er een heleboel, drie miljoen, zijn verkocht. Er is wel eens uitgerekend dat zes miljoen kinderen les hebben gehad uit die boeken. Dat waren niet alleen leerlingen van het voortgezet onderwijs, maar ook leerlingen van de basisschool. De methode Bij de tijd bijv. wordt nog veel gebruikt. Misschien hoor jij ook wel tot die zes miljoen!

Ook ben ik 17 jaar de hoofdredacteur geweest van het tijdschrift Reflector dat bestemd was voor leerlingen in de hogere klassen van het voortgezet onderwijs. We richtten ons vooral op actuele onderwerpen uit de geschiedenis, de politiek, de aardrijkskunde, de kunst en de economie. Het was een heerlijke tijd bij Reflector. In 2000 ben ik gestopt met lesgeven, maar ik werkte toen nog wel bij de krant NRC Handelsblad. Dat heb ik tot 2002 gedaan, toen ben ik met pensioen gegaan.

Sindsdien ben ik schrijver van "gewone" boeken, over geschiedenis, maar ook over gezondheid en ouder worden. En ik schrijf jeugdboeken. Mijn eerste jeugdboek kwam uit in 2004 en heette Paolo, Leonardo da Vinci’s leerling. Daarna schreef ik samen met een oud-leerling, Erik van der Walle, De geschiedenis van Nederland en in 2007 verscheen De nieuwe wereld van William Tinker.

Mijn hobby’s zijn: vogels kijken, boeken lezen, naar klassieke muziek luisteren, fietsen in de natuur en Ajax, ik ga naar alle thuiswedstrijden.

top



Ikjes

Voor NRC Handelsblad maakte ik 21 "Ikjes" voor de Achterpagina.

Zin om te leven

Hans Ulrich

Haar mobiliteit reikt niet verder dan haar rolstoel en de handen die haar willen duwen. In haar hoofd hangt altijd mist, al varieert de dikte per dag. Als haar dochter met haar een kledingzaak wil binnengaan, protesteert ze heftig. "Veel te duur", zegt ze. Maar als ze de prijzen in euro’s ziet, vermindert haar tegenstand. Honderden euro’s later zit ze weer in de huiskamer van het verpleeghuis. Links van haar telt een lotgenote met luide stem onafgebroken van één tot honderd, een ander trekt zacht jammerend steeds haar jurk omhoog. Zij merkt er niets van en klemt de tas met kleren tegen zich aan. "De zusters zullen wel zeggen dat ik de mooiste kleren van iedereen heb." En dan schijnt opeens de zon door alle mist heen: "Je krijgt gewoon weer zin om te leven."

top


Bij de kapper

Hans Ulrich

"Nou heb ik wel zo ongeveer alle kappers in Leiden gehad", zegt de student aan het slot van de knipbeurt. De kapper reageert onmiddellijk met: "Hier gaat het anders. Wie hier voor het eerst komt, moet de haren van de vloer vegen" en hij reikt een bezem aan. Terwijl de student zich braaf van zijn taak kwijt, richt de kapper zich tot een vaste klant. "U hebt het toch ook moeten doen?" vraagt hij en de vaste klant antwoordt: "Ik heb zelfs twee keer moeten vegen en ik weet nog dat je toen zei dat ik tweemaal voor paal stond." Bij die laatste woorden verstijft de student. Hij zet haastig de bezem in de hoek en vlucht de zaak uit waar het nog een tijd heel vrolijk blijft.

top


Blowen

Hans Ulrich

In een trein vol Ajax-supporters weet een oude vrouw nog net een zitplaats te bemachtigen. Dan merkt ze in het gangpad een slungelige Ajax-aanhanger op die een sigaret rookt. "Daar heb ik last van", zegt ze, "het is hier geen rookcoupé." De jongeman geeft een nadere uitleg. "Door die kutspoorwegen kan ik niet verder lopen, dus ik moet wel hier roken." "Je hoeft er toch geen op te steken", vervolgt de vrouw. Zuchtend werpt de jongen de sigaret naar buiten. "Omdat u zo aandringt. Als Ajax vanavond maar wint." "Ajax?", zegt de oude vrouw, "Ajax is niks, geef mij maar Feyenoord." De roker kijkt haar ontzet aan. "Als u dat nog een keer zegt, ga ik niet roken, dan ga ik blowen." Ze houdt nu haar mond, maar om haar lippen krult een overwinningsglimlach.

top


Altijd maagd

Hans Ulrich

Het niet meer zo heel verse echtpaar luistert op de Floriade met aandacht naar de uitleg over het bestrijden van schadelijke insecten. De deskundige somt de voordelen van biologische bestrijding op en demonstreert hoe het werkt. "In dit dopje zit de geurstof van een vruchtbaar luizenvrouwtje en daar komen de mannetjes op af. Vervolgens kleven ze vast op het met lijm bestreken papier waarop het dopje ligt." Er rest nog een vraag. "Wat gebeurt er met de vrouwtjes?" De explicateur wacht even en zegt dan: "Die blijven maagd." De vrouw reageert spontaan, met luide stem: "O wat heerlijk." De man knikt instemmend. Hij heeft het helemaal begrepen.

top


Eigen soort eerst

Hans Ulrich

De halsbandparkiet rukt op in Nederland. Net als de nijlgans is ook deze exoot een gewone verschijning aan het worden. Wij hadden er afgelopen winter vier tegelijk aan de pinda’s hangen, maar blij mochten we daar niet mee zijn, want de halsbandparkiet schijnt inheemse soorten te verdrijven. En: eigen soort eerst! Een vreemde vogel die halsbandparkiet, die hier eigenlijk niet hoort. Een vreemde vogel? Op de tentoonstelling De eeuw van Van Eyck in Brugge hangt ook Maria met kind en kanunnik Van der Paele. Jan van Eyck heeft Jezus op dit meesterwerk een vogel meegegeven. Dit keer geen putter maar een halsbandparkiet. De symbolische betekenis kan ik niet achterhalen, maar een vogel die al in de vijftiende eeuw wordt geschilderd, kan onmogelijk vreemd zijn.

top


Versieren

Hans Ulrich

De laatste pinda’s in de tuin zijn voor de vlaamse gaai. Behendig als een mees hangt hij aan het netje en peutert er in een oogwenk hele nootjes uit. Vlaamse gaaien behoren net als eksters tot de categorie gehate vogels. Ze roven eieren en jong broedsel en ze schreeuwen ook nog alles bij elkaar. Daar houden mensen niet van. Maar de vlaamse gaai kan ook heel charmant zijn. Nu, in dit voortijdige voorjaar, komen er allerlei zachte geluidjes uit zijn keel. Hij zingt heel verlegen alsof hij zich ervoor schaamt. Maar hij moet zijn liefje inpalmen en daar doet hij alles voor. Als hij een pinda heeft losgewrongen, vliegt hij naar haar toe en geeft het nootje met een galant gebaar. Ze aanvaardt het met interesse zonder zich meteen te laten versieren. Hij moet nog een tijdje zijn best doen.

top


Op je bek

Hans Ulrich

Scheidsrechters in het betaalde voetbal verdienen respect: herhaaldelijk worden ze belaagd door boze spelers, striemen de fluitconcerten van de tribunes of klinken de scheldliederen van de F-sides. Scheidsrechters in het amateurvoetbal vergaat het niet beter. Die worden bedreigd en zelfs gemolesteerd. Maar het kan ook andersom. In de Leidse regio speelden onlangs twee teams uit de "onderbond" tegen elkaar. Daar heb je clubscheidsrechters en die zijn wel eens partijdig. De "scheids" ergerde de spelers van de tegenpartij zó, dat één van hen uit pure frustratie een tegenstander onderuit schoffelde. De scheidrechter floot af, liep naar de overtreder en sprak hem toe: "Als je dat nog een keer flikt, dan sla ik je op je bek." Voetbal in de "onderbond" heet ook wel recreatievoetbal.

top


Dodelijk giftig

Hans Ulrich

Het is een herfst met volop paddestoelen. Ooit wees mijn grootvader me de verschillen aan tussen eetbare en giftige soorten. En nu doe ik hetzelfde met Linda, mijn eigen kleindochter. Maar de culinaire kant interesseert Linda niet, ze is gericht op giftige en vooral op dodelijk giftige soorten. De plaatjes in het boek doen haar huiveren. In het bos zelf gaat het al net zo. "Is die giftig? En die, is die dodelijk giftig?" Ik kan me niet aan de pressie onttrekken en algauw blijkt het woud bezaaid met gif. "Je weet er veel van, opa" constateert ze. Zelf is ze expert in diersporen. Ze rent het bos in, feilloos een spoor tracerend. Maar dan blijft ze staan, haar hand zoekt de mijne: "Ik denk dat het een wolf is." Eensgezind besluiten we terug te keren naar het veilige bospad. Nooit eerder voelde ik me zo gelukkig temidden van zoveel dodelijks.

top


Ook al niet

Hans Ulrich

Het ergert hem al jaren. "Bridge je niet?" vragen ze met een klank in hun stem alsof je niet fatsoenlijk ouder kan worden zonder kennis van het bridgespel. Alsof een leven zonder bridge automatisch een leven vol verveling is. Eén keer is hij bezweken onder de pressie en met zijn vrouw meegegaan naar een bridgedrive. Zo heet dat. Daar viel hij snel door de mand. Zijn aangewezen partner kon haar minachting voor zijn geringe bridgevaardigheid nauwelijks verbergen. Na afloop vroeg ze: "Bij welke club golft u?" En toen moest hij bekennen dat hij niet golfte. Haar reactie was verpletterend: "Dat kunt u dus ook al niet." Hij kan er nog steeds om lachen, maar de twijfel is gaan knagen.

top


Balletjes

Hans Ulrich

We zijn op zoek naar balletjes, Linda (5) en ik. De grasstrook langs het golfterrein vormt de ideale biotoop, maar hoe we ook in het hoge gras en tussen de boterbloemen zoeken, we vinden er niet één. Iets verderop vertoeven de golfspelers. Ik zie ze lopen in hun windproof truien en hun golfpantalons. Met hun golfcaps op sleuren ze aan hun trolley’s met clubs. Hoe glad is de green, hoe soepel zijn hun slagen. Het lijkt me eigenlijk een heel mooie sport, dat golfen. Drie jonge golfspelers passeren ons. Eén van hen roept: "Hé, willen jullie soms een balletje?" Linda is dolgelukkig met het gele kleinood dat haar wordt toegeworpen en zegt: "Dat zijn hele lieve mensen, hè opa?" Ik knik instemmend.

top


Dom, dom, dom

Hans Ulrich

"Je bent dom, opa", zegt Linda als ze mij ziet stuntelen met een computerspelletje dat ze zelf achteloos uit haar polsje klikt. "Maar Linda", is mijn verweer, "ik heb een gymnasiumdiploma, een universitaire opleiding en ik werk voor de intellectueelste krant van Nederland. Kun je zo iemand dom noemen?" Bijna had ik eraan toegevoegd dat ik seizoenkaarthouder van Ajax ben, maar dat argument weet ik binnen te houden. Linda blijkt niet te overtuigen, hoewel ze wel enige twijfel vertoont. We gaan wat anders doen, we gaan ganzenborden. Je hebt van die dagen dat alles tegenvalt. Binnen de kortste keren zit ik in de put en ook bij het tweede spelletje beland ik daar. Ik stel Linda voor om een "drie" te gooien zodat zij ook in de put komt en ik eruit kan. Het voorstel wordt verworpen, maar dat is niet het ergste. Ze kijkt mij aan met de blik van iemand die niet meer twijfelt. Haar vermoedens zijn zekerheid geworden.

top


Kapucijners

Hans Ulrich

In de horeca schreeuwen ze om bedienend personeel, maar de zaak waar wij neerstrijken zit ruim in de attente jongens die graag de bestelling willen noteren. We zitten nog maar net of daar snelt al een ober toe om de menukaart in handen te spelen van de geachte klant. Buiten is het nat en koud, binnen brandt het verlangen naar iets verwarmends. Voor Y. betekent dat pannenkoek met appel en ik bestel Captain’s dinner. Die oerhollandse kost vind je niet op elke menukaart: kapucijners met spek en worstjes en uienringen en augurken en piccalilly en wat de kok nog meer biedt. Alleen, ik bestel geen "Captain’s dinner", maar ik zeg: "Voor mij de kapucijners". De jonge ober glimlacht begrijpend, maar komt na enige tijd terug om bedremmeld wat te vragen. "Meneer, die kapucijners, had u een heel of een half dozijn gewild?"

top


Soepballetjes

Hans Ulrich

Het taalgebruik van onze kleindochter Linda geeft ons een mooi gevoel. Het voegwoord "want" laat ze altijd volgen door een redenering of een eigen mening. En ze vlecht ook zo kien een woord als "zogenaamd" door haar zinnen. Vandaag is hiervan echter weinig te merken. Is ze in een balorige bui of weet ze werkelijk niet beter? "Melk maken ze van kaas", zegt ze zo zelfverzekerd dat het lijkt of ze het gelooft. "En pinda’s?" "Die komen uit de pindakaas." Even doorvragen: "Tomaten, hoe zit het daarmee?" Tomaten blijken voort te komen uit tomatensoep. Dat snapt toch een kind! We doen een laatste poging. "En soepballetjes?" Haar antwoord is verrassend en veelzeggend: "Die maken ze zogenaamd van vlees." Vijf jaar en nu al zoveel begrijpen van de voedselindustrie.

top


Leverworst

Hans Ulrich

Leverworst kopen we bij voorkeur op de markt. "Daar zit echte lever in", zegt de slager die met imponerende snelheid haar klanten bedient. De leverworst blijkt echter ook nog wat anders te bevatten. We happen in een boterham en hebben opeens een tand in onze mond. Even slaat de schrik toe, maar een tongcontrole wijst uit dat we zelf geen tand minder hebben. De vondst toch maar even gemeld, op een moment dat er niemand bij de kraam staat. De reactie is verbluffend. Ze kiest direct voor de aanval: "Kan gebeuren. Er kan ook knars in zitten." Mijn opmerking dat "lever toch geen gebit heeft" negeert ze volkomen. Ze rondt haar aanval af met: "Die tand is juist een bewijs dat er geen kunststoffen inzitten, dat het allemaal puur is." Al een week geen leverworst gegeten.

top


Dood, maar levend

Hans Ulrich

Soms redt de video je als je als opa uitgeput bent van al die spelletjes die je kleindochter wilde spelen. Eindelijk rust. De door Linda (5) uitverkoren speelfilm is een Dickensiaans drama van een meisje dat in een internaat terechtkomt, omdat haar vader naar het front moet. De bazin van het spul lijkt een kreng en onthult inderdaad haar ware aard als de notaris komt melden dat papa is gesneuveld en er geen cent meer beschikbaar is. Het arme meisje moet daarna vreselijk hard werken voor de kost, terwijl ze al zo vreselijk verdrietig is. Moet ik niet ingrijpen? Kan ik niet beter toch weer een spel doen met Linda? Maar Linda wil verder kijken. En ze biedt troost: "De vader is wel overleden, maar niet dood." Godzijdank.

top


Ik ben...

Hans Ulrich

Een klam bos met druipende bomen. Op zoek naar vogels, maar geen kip gezien. Op het moment dat de depressiviteit dreigt toe te slaan, ruik ik iets verleidelijks. Aan het eind van het pad, op een viersprong, lokt de mobiele frietkraam. Het wemelt er van wandelaars en ik ben blij als ik eindelijk een portie friet kan bestellen. "Bent u een broodje bal?" vraagt de patatboer aan mijn buurman. "Nee", zegt die, "ik ben een frikadel". "Ik ben dat broodje bal", meldt mijn andere buurman. Exact op het moment dat ik me realiseer hoe lachwekkend dit alles klinkt, klapt mijn mond open en hoor ik mezelf zeggen: "Ik ben een patatje met". Iedereen schiet in de lach, maar ik alleen weet dat mijn bijdrage niets te maken had met humor.

top


Links

Hans Ulrich

De fantasie van onze kleindochter Linda (4) reikt tot voorbij de Melkweg, maar dat betekent niet dat we altijd in het heelal verblijven. Soms gaan we gewoon naar Engeland en de reis verloopt ook deze keer nogal gewoontjes. Wie kijkt nog op van een veerboot die omringd wordt door haaien? Of van de drie zeehondjes die uit de haaientanden moeten worden bevrijd en de 22 kinderen die met bus en al te water raken? We redden wat af, Linda en ik. Voor ons is het inmiddels een routineklus. In Dover wil Linda achter het stuur en moet ik toch even iets kwijt: "In Engeland rijden ze aan de andere kant van de weg, ze rijden daar links". Haar mond valt open van verbazing en daarna spreekt ze me bestraffend toe. Fantaseren is heel leuk, maar je moet niet overdrijven. Links rijden? "Dat kan toch niet, opa". Als ze de motor start, kijkt ze me meewarig aan. Stel je voor, links rijden. Die Engelsen zijn niet gek!

top


Anwar-met-lijst

Hans Ulrich

Een schilderij ophalen bij Lilja Zakirova in Heusden betekent ook praten over Russische schilders en Russische schrijvers. Ze verbaast zich over de voorliefde van Nederlanders voor Paustovskij. "Die lazen wij op ons zestiende en daarna niet meer". Onvermijdelijk komt ook de Russische ziel ter sprake. Waarom boeit de legendarisch melancholieke ziel ons in het Westen toch zo? En is het wel typisch Russisch, al die fatalistische droefgeestigheid? Interessant, interessant. Het door ons gekochte schilderij van Anwar wordt zorgvuldig in bobbeltjesplastic verpakt. Anwar moet alleen nog even de auto in en dan kunnen we naar huis. Alleen, de Anwar-met-lijst past niet. Wat we ook proberen, we krijgen onze nieuwste aanwinst de auto niet in. We staan er wat beteuterd bij. "Dit is nu typisch Russisch", zegt Lilja.

top


Eerste woord

Hans Ulrich

Wij hebben onze kleinzoon Boris al snel een Ajax-pyjama gegeven. Je kunt er niet vlot genoeg bij zijn, want voordat je het weet kiest hij voor de verkeerde club. Boris is inmiddels bijna twee jaar en hij zegt nog steeds niks. Er komt geen zinnig woord uit de omheining van zijn tanden. Dat hoeft ook niet, want hij brabbelt en wijst en grimast net zo lang totdat hij heeft wat hij hebben wil. Al brabbelend loopt hij nu voor me uit. Iets verderop in de straat spelen twee jongetjes met een bal. Boris wijst en ik weet mijn taak. De jongetjes staan hun bal goedmoedig af. Boris klemt de buit stevig tegen zijn borst en zegt luid en duidelijk: "Voetbal". Hij laat de bal vallen en schopt ’m ver weg. Zijn vinger wijst en weer klinkt het "voetbal". Waar zo’n pyjama al niet goed voor is.


top

Zo kort mogelijk

Hans Ulrich

Of opa wil voorlezen, vraagt Linda (4) en ze weet al op voorhand dat ze daarmee scoort. Opa is niet voor niets geschiedenisleraar! Het wordt Floddertje van Annie M.G. Schmidt. Linda geeft aan wat ze wil. "Zo kort mogelijk, opa", zegt ze. Even hoop ik dat ik het verkeerd heb verstaan, maar de herhaling neemt alle twijfel weg. "Zo kort mogelijk". Dat is een rake rechtse hoek, dat doet pijn, dat is even flink slikken. Zo kort mogelijk, mijn hemel wat heb ik het kind al die tijd aangedaan? En kan ik nog ooit in de klas aankomen met weer een verhaal? Ik lees haar keuze voor: het verhaal "Allemaal kaal". Floddertje moet naar de kapper. "Je haar lijkt wel een vogelnest" zegt haar moeder, "ga naar de kapper en zeg: zo kort mogelijk". Eén ding is zeker: Linda krijgt vanavond net zoveel verhaaltjes als ze wil. Opa maakt het zo lang mogelijk.

top


Ik zei links

Hans Ulrich

Eva logeert bij ons. Ze is voor een weekend gestald zodat haar ouders de Veluwe kunnen verkennen en ongestoord praten. Een kleindochter helemaal voor je alleen, daar houden grootouders van. Daar hebben ze wel een doorwaakte nacht voor over. Maar Eva slaapt twee nachten aan één stuk en de enigen in huis die wakker liggen zijn wij, bang om niet te reageren voor het geval zij wakker zou worden. Eva houdt van orde, ze corrigeert onvermoeibaar, vooral haar opa die wat minder orde in zijn genen heeft. Rommel wordt opgeruimd, poppen worden aangekleed, de mond moet leeg zijn voordat er nieuw eten in kan. Ze weet ook overal de weg. "Hier moet je links, opa", klinkt het aanmoedigend achterin de auto. Ik besluit rechts af te slaan, we moeten per slot van rekening terug naar Leiden. Even is het stil. Dan volgt een krachtig: "Ik zei links". Eva is drie jaar.

top


Meer weten over Ikjes, bijvoorbeeld over hoe deze rubriek ontstond? Kijk op http://www.nrc.nl/krant/article109761.ece.

top



De vader die terugkwam

Zelf was hij ruim één jaar oud toen zíjn vader de oorlog in moest. Het was in 1914 en hij zou zijn vader pas terugzien in 1919 toen deze te voet vanuit Siberië in Wenen terugkeerde. Hij heeft een kopeken aan mij doorgegeven met de ingegraveerde tekst "Für meinem Sohn. Andenken an deinem Vater aus Siberien". Zelf was ik nog geen drie jaar toen míjn vader verdween, niet naar het front overigens, maar naar een adres om onder te duiken. Het was op 13 mei 1942. Uiteindelijk vond hij dat adres in de Achterhoek, in Aalten bij "boer Blekkink".

Tijdens de oorlog was ik het enige jongetje zonder vader in de Jacobastraat in Hengelo (Ov). Mij deerde dat niet, althans niet in het begin. Vroeger was er een man bij ons thuis, maar waar die nou zat? Ik had genoeg aan mijn moeder en aan mijn vriendjes. Pas de laatste twee jaren van de oorlog begon ik te begrijpen dat het niet normaal was, dat het eigenlijk ook best vervelend was, geen vader. Voorjaar 1945 vertelde een man mij dat hij mijn vader was. En het staat in mijn geheugen gegrift hoe ik daarop heb gereageerd, maar dat komt later.

Waar hij vanaf 1942 zat wist, op mijn moeder na, niemand. Haar broers niet, haar zusters niet, ook niet haar lievelingszuster Marietje. De buren waren evenmin op de hoogte en verder ook niemand in de straat waar iedereen alles van iedereen wist, zoals dat trouwens hoorde. Mijn moeder droeg haar geheim in stilte. Soms verdween ze voor enkele dagen en daarover werd dan druk gespeculeerd, maar niemand wist dat ze naar Aalten fietste, naar haar geheim. Op zulke dagen was ik bij mijn oom en tante in Enschede.

Mijn vader was ooit, in 1920, op zevenjarige leeftijd naar Hengelo gekomen. Per trein in gezelschap van veel andere Oostenrijkse kinderen die bleke gezichten hadden van de honger. Hij verbleef een hele zomer bij pleegouders die bij gebrek aan eigen kinderen al hun affectie op hem loslieten. Ze lieten hem ongaarne terugkeren naar Wenen en wilden hem weer zien. En zo is het gekomen dat mijn vader heen en weer ging pendelen tussen zijn eigen ouders in Wenen en zijn pleegouders in Hengelo. Uiteindelijk werd Hengelo zijn woonplaats, omdat hij daar het meisje had ontmoet met wie hij in 1936 trouwde.

Hij behield de Oostenrijkse nationaliteit en werd automatisch Duitser in 1938 na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland. Hij verwachtte net als zovelen in Nederland niet dat het ooit nog eens oorlog zou worden tussen Duitsland en Nederland. Dus hoefde hij ook niet aan alle rompslomp te beginnen om de Nederlandse nationaliteit te bemachtigen. Maar er was meer. Hij woonde dan weliswaar in Hengelo waar hij gelukkig was en waar hij vanaf juni 1939 trots naast de kinderwagen liep, maar zijn vaderland zat in zijn vezels. Hij heeft altijd, tot aan zijn dood in 1999, een emotionele band met Oostenrijk gehad. Ook daarom deed hij niet zijn best om Nederlander te worden. Dat werd hij pas in 1946 en ik heb de aanvraag gezien, vergezeld van attestaties van voortreffelijk, want anti-Duits gedrag.

Die Duitse nationaliteit brak hem natuurlijk op tijdens de bezetting. Op 13 mei 1942 werd hij opgeroepen voor de Wehrmacht en hij wist wat hem te doen stond. Hij ging er diezelfde dag nog vandoor en kwam via een adres in Vlaardingen uiteindelijk terecht in Aalten.

Vader weg, maar zijn foto hing bij de trap en elke avond gaf ik hem een zoen. Op een dag bracht mijn moeder mij niet naar haar zuster in Enschede, maar mocht ik mee op een lange tocht. En toen zag ik bij een boerderij een man die sprekend op die foto-bij-de-trap leek. Alleen, het was mijn vader niet, want deze man heette "Oom Jan". En mijn moeder drukte mij op het hart dat ik nooit aan iemand mocht vertellen dat er een Oom Jan bestond. Dat heb ik ooit nooit gedaan, het was het geheim van mijn moeder en mij samen. Maar het was wel moeilijk om te zwijgen over die Oom Jan, want hij was waanzinnig aardig voor mij. Ik mocht op het paard zitten, ik mocht helpen de koeien bijeen te drijven, ik mocht hooi uitdelen. De dagen in Aalten waren hoogtepunten in mijn leven. Zoals de hele oorlog best wel leuk was. Want, wat was dat nou, oorlog?

Honger of gevaar heb ik nooit gekend. Mijn moeder ontpopte zich als een tijgermoeder die "haar Hansje" koesterde met alle liefde die ze had. En daar bezat ze toen veel, heel erg veel van. Een moeder die de boze buitenwereld ver van mij hield.

Wij beleefden met z’n tweeën ook van die spannende dingen. Op een dag gooide ze bij het geluid van sirenes de fiets aan de kant en doken wij een kapperszaak binnen waar iedereen op de vloer lag. Dat was bijna net zo grappig en spannend als wanneer we thuis onder het granieten aanrecht zaten, ook al na sirenegeloei.

Eén keer is mijn vader tijdens zijn onderduikerstijd teruggekeerd naar Hengelo. Omdat de Jacobastraat veel te gevaarlijk was, had hij met mijn moeder afgesproken bij zijn pleegouders. Hij zou daar ’s avonds arriveren als ik al zou slapen. Maar hij was te vroeg gekomen en dook de kelder in bij het zien van zijn vrouw en zijn kind. Van mijn opoe -in Twente heb je een opoe- mocht ik altijd een appel pakken uit de kelder. Die middag kreeg ik de kelderdeur niet open, het leek wel alsof iemand de klink vasthield.

Ik heb van de hele oorlog niets begrepen. Van de gevaren niet die mijn vader liep, omdat hij als deserteur onherroepelijk geëxecuteerd zou zijn als ze hem hadden gevonden. Van de huiszoekingen niet die met een zekere regelmaat bij ons plaatsvonden en helemaal al niet van de angsten die mijn moeder jaren hebben begeleid net zoals haar eenzaamheid.

In het voorjaar van 1945 zocht mijn moeder Oom Jan weer op en tot mijn groot plezier bleven we bij hem. We trokken achter de geallieerde troepen aan richting Hengelo. Een tijdje hebben we toen gewoond bij boer Rouweler in Goor. Voor mij was het een heerlijke tijd, want de boerderij was propvol mensen en hun kinderen. Je sliep met zijn allen op stro en hooi op de deel. En je zag zoveel, Oom Jan liet mij ook zoveel meemaken. Ik weet nog heel goed dat het varken werd geslacht en daarna opengesneden aan een ladder hing. En ’s avonds had je vaak vuurwerk, want er werd veel geschoten bij het Twentekanaal. Dat kon je heel goed zien vanuit de kelder.

Maar het beste weet ik nog wat er gebeurde toen Oom Jan mij op een ochtend meenam naar buiten en zei: "Ik moet je een geheim verklappen. Ik ben niet Oom Jan, maar ik ben je vader". Het duizelde mij, want dat had ik nooit kunnen bedenken. Al snel begreep ik de mogelijkheden en ik nam mij voor om iets te doen. Ik zou naar de andere jongetjes gaan en ze een klap geven. En als ze dan achter mij aankwamen dan kon ik gewoon blijven staan en zou ik roepen: "Vader, vader". Want die had ik nu.



Hans Ulrich
Deze pagina is aangemaakt op: 7 november 2007.
Laatst gewijzigd: 28 november 2007.

© Hans Ulrich / Hieke van Hoogdalem, november 2007.